Wat is het metamodel

Het metamodel


Het metamodel is een taalmodel om op de gebruikte taal toe te passen met de bedoeling de relatie tussen taal en ervaring te bevragen, te expliciteren en mogelijk bewust of bewuster te maken. Het is eveneens gereedschap, dat de communicatie concreter, preciezer en effectiever maakt. Het doet dienst als raakvlak tussen de taal en de ervaring. Het leert degene die luistert, hoe te luisteren naar en hoe te reageren op zowel de vorm van de gebruikte taal als de inhoud, met de bedoeling de relatie tussen de gebruikte taal en de feitelijke concrete ervaring te herstellen en/of bewust te maken.
Het metamodel is het raakvlak tussen de taal en de ervaring. Het leert degene die luistert HOE te luisteren en te reageren. Iets waar wij als vanzelfsprekend gebruik van maken is taal. Ooit hebben wij ons allerlei woorden langzaam maar zeker eigen gemaakt, een ingewikkeld proces van verbindingen leggen tussen woorden en voorwerpen, woorden en begrippen. En dan het plaatsen van woorden in verbanden van hele zinnen met werkwoorden etc.

Nu drukken wij ons voortdurend uit in die verbonden zinnen en ook binnen in ons wordt taal voortdurend gebruikt om ervaringen te ordenen. De taal, die wij gebruiken, is voor onszelf echt duidelijk. We weten zelf erg goed wat we bedoelen te zeggen en rekenen er gewoonlijk op dat een ander hetzelfde uit die woorden begrijpt. Zoals al eerder is gezegd (bij de structuur van de waarneming en filtering, gekoppeld aan eigen waarden en overtuigingen) zal hier vaak een verschil in zijn.

Als ik vraag om een stoel en jij gaat er een voor me halen en we definiëren verder niet wat voor stoel het moet zijn, is de kans groot dat je met een verkeerde stoel loopt te sjouwen.

De taal is niet de ervaring, maar een voorstelling van de ervaring. De taal is de secundaire ervaring. De ervaring die beschreven wordt, is de primaire ervaring.
Er zijn drie processen die het gevolg zijn van de secundaire ervaring door de taal:
  • Generalisation (generaliseren): proces dat de relatie omschrijft tussen ervaringen of delen van ervaringen. Deze delen geraken soms los van de ervaring en beginnen een hele categorie van ervaringen te vertegenwoordigen, eerder dan een apart stukje van een ervaring of een voorbeeld.
  • Deletion (weglaten): proces dat ons toelaat selectief aandacht te besteden aan bepaalde elementen van onze ervaring met uitsluiting van anderen.
  • Distorsion (vervorming): proces dat ons toelaat de zintuiglijke gegevens van onze ervaring te veranderen. Al deze processen kunnen zowel heel nuttig als heel beperkend zijn.

  • Het metamodel onthult de taalkundige patronen in deze processen en hun bijhorende uitdaging. De uitdaging (challenge) leidt ertoe om gemakkelijker aan meer specifieke informatie te geraken en verbindt de taal van de persoon opnieuw met de ervaring die door de taal voorgesteld wordt.

    Het metamodel is dus opgedeeld in drie onderdelen:
    • Weglaten van de werkelijkheid
    • Generaliseren van de werkelijkheid
    • Vervormen van de werkelijkheid

    • Weglaten van de werkelijkheid (informatie verzamelen)


      Bij het weglaten van de werkelijkheid horen de volgende taalpatronen:
      • Weglatingen

      Een deel van de informatie wordt weggelaten zodat er geen referentie meer mogelijk is. Er wordt niet precies gezegd wat er in de persoon omgaat. Alle andere inhoud wordt weggelaten.

      Hoe kun je dit uitvragen?

      Door de 7 w’s en hoe (op wie, met wie, wat, waar, waarom, waarover, wanneer)

      Voorbeeld: Ik heb gespeeld.

      Leuk! Met wie, wat, waar, wanneer hoe? 

      Bijzonderheden

      Boven water halen wat er weggelaten is. Dit is het enige patroon dat zich richt op de informatie die niet in de zin staat.
      • Gebrek aan referentiekader

      Er is een referentie, maar onduidelijk aangegeven om wie of wat het gaat. 

      Hoe kun je dit uitvragen?

      Wie precies, wat precies, hoelang, hoeveel, waardoor, welke soorten?

      Voorbeeld: Vakanties zijn heerlijk

      Over welke vakanties heb je het precies? 

      Bijzonderheden

      Specifieker maken van datgene waar aan gerefereerd wordt.
      • Onspecifieke werkwoorden

      Er wordt niet gezegd wat er precies gebeurt, te vaag

      Hoe kun je dit uitvragen?

      Door middel van persoonlijke definities. Hoe precies, wat precies?

      Voorbeeld: Ik heb vandaag gewerkt.

      Welke werkzaamheden heb je precies gedaan?

      Bijzonderheden

      Het is de betekenis die jij daar specifiek aan geeft.
      • Verstilde processen (normalisaties)

      Een levend proces wordt weergegeven alsof het een ding is.

      Hoe kun je dit uitvragen?

      Door eerst het zelfstandig naamwoord te veranderen in een werkwoord. Vragen naar persoonlijke definitie. Dus het weer actief maken van een verstild proces.

      Voorbeeld: Ik mis concentratievermogen.

      Hoe precies concentreer jij je? Wat versta je onder concentratie?
      Bijzonderheden


         Een nominalisatie kun je fysiek niet in een kruiwagen leggen.

      Generalisatie van de werkelijkheid (Grenzen van het model of the world)


      Bij het generaliseren van de werkelijkheid horen de volgende taalpatronen:
      • Alles of niets uitspraken (universal quantifiers)

      Praten in uitersten. Altijd, niemand, nooit, iedereen.

      Hoe kun je dit uitvragen?

      As-if vragen stellen. Kun je je voorstellen dat het wel zou kunnen.

      Voorbeeld: Niemand houdt van me?

      Niemand? Betekent dus dat ik ook niet van je hou?
      • Motiverende (hulp)werkwoorden (model operators);
        Woorden die een uitwerking hebben op de stemming van het hoofdwerkwoord, zoals willen moeten, zullen, kunnen, mogen. 

      Hoe kun je dit uitvragen?

      Wat houdt je tegen. Wat zou er gebeuren als je het wel/niet doet?

      Voorbeeld: Ik moet vandaag werken!

      Wat zou er gebeuren als je dat niet zou moeten.

      Voorbeeld: Ik kan dit niet!

      Wat houdt je tegen?

      Bijzonderheden

      We kennen mogelijkheden, noodzakelijkheden en toepasselijkheden.

      Oftewel willen, moeten en kunnen.

      Vervormen van de werkelijkheid (Verdraaiing van de betekenis)


      • Oorzaak en gevolg (cause - effect);
        Iemand beweert dat z’n ervaringen veroorzaakt worden door personen of zaken van buitenaf.

      Hoe kun je dit uitvragen?

      Hoe precies veroorzaakt A à B?

      Voorbeeld: Het weer maakt me depressief.

      Hoe precies maakt het weer je depressief?

      Bijzonderheden

      Met dit patroon identificeer je de oorzaak van de subjectieve persoonlijke definitie.
      • Gedachten lezen (mind reading);
        Iemand beweert te weten wat iemand anders denkt of voelt zonder daarvoor een bewijs te hebben.

      Hoe kun je dit uitvragen?

      Door de op zoek te gaan naar het bewijs van de bewering.

      Voorbeeld: Ze heeft een hekel aan mij. Ik weet precies wat hij bedoelt.

      Hoe weet je dat? Waar leid je dat uit af?

      Bijzonderheden

      Leren je intuïtie los te maken van je Model of the World. We zijn geneigd de ander toe te bedelen wat we zelf nodig hebben of wensen.
      • Lost performatives;

      Algemene gezegden waar de oorsprong niet van bekend is.

      Hoe kun je dit uitvragen?

      Door op zoek te gaan naar de referentie.

      Voorbeeld: De appel valt niet ver van de boom.

      Wie zegt dat?

       

      Wil je meer weten over NLP? Volg dan een NLP opleiding of een gratis workshop bij Response Instituut!
Reactie plaatsen